We doen het niet zo snel in Nederland, onze beroemdheden adoreren. Maar als iemand dat verdient, is het Lee Towers. 71 jaar, 42 jaar in het vak, altijd even vriendelijk en niet meer weg te denken uit ons collectieve geheugen. ‘Ik ging voor het allerhoogste, het allerbeste. Dat doe ik nog steeds.’

Tekst: Marcel Langedijk, fotografie: Ruud Baan, assistant: annemieke schout, styling: Suuz Bisschop, grooming: Ed Tijsen, illustratie: Elroy Klee

Lee Towers vraagt of ik hem even kan helpen. Hij heeft zijn auto net geparkeerd voor het café waar we hebben afgesproken en het is maar een klein stukje lopen, dat ziet Lee ook wel, maar het lopen gaat niet zo lekker meer. Artrose in zijn rug had ‘ie. Dat moest geopereerd en toen hebben ze een zenuw beschadigd. Die dingen gebeuren, schouderophaalt Lee, maar ja, lopen gaat nu dus erg lastig. Vandaar de vraag. Hij opent de kofferbak van zijn Audi A6 – ‘net nieuw’ – en geeft me twee maatpakken in beschermhoezen. Ja, nee, hij weet dat er een stylist is, straks, maar hij heeft al zoveel fotoshoots gehad; beter neem je voor de zekerheid nog wat eigen kleding mee.
Bij wijze van aardigheidje geeft hij me ook zijn laatste cd, Sweet Memories, en de dvd One Night Only, Live in Ahoy. Zo is Lee. Aardig, vriendelijk, voorkomend en bovenal fatsoenlijk.
Die cocktail van fijne eigenschappen heeft hem ver gebracht. Zo stond de Rotterdamse zanger 51 keer in Ahoy, maakte hij 46 albums en zijn Lee Towers’ uitvoeringen van ‘You’ll Never Walk Alone’ en ‘I Can See Clearly Now’ niet meer weg te beitelen uit ons collectief geheugen. De beloning hiervoor komt op 30 juni in de vorm van de Edison Oeuvre Award. De kroon op z’n werk. En hoewel Lee, die eigenlijk Leendert Huijzer heet, inmiddels 71 jaar oud is, weet hij van geen ophouden. Want lopen mag dan lastig zijn, de donkere stem doet het nog uitstekend, dankuwel. Hij heeft het ‘hartstikke’ druk, de agenda staat vol en dat vindt hij prima zo. Hij mag dan al dertig jaar in Scheveningen wonen, hij blijft een Rotterdammer in hart en nieren en die Rotterdammers, dat weten we allemaal, die zijn van het niet-lullen-maar-poetsen-principe. Werken voor je centen, joh, en niet zeuren. Zo zit Lee ook in elkaar. Aard van het beestje.
Eenmaal binnen, in café De Ebeling, op de Amsterdamse Overtoom, moeten we het eerst nog even hebben over Feyenoord. Want die zijn net landskampioen geworden en Lee is er nog helemaal vol van, maar het was natuurlijk kantje boord. Hij had het met samengeknepen billen gekeken, die wedstrijd waarin het allemaal mis ging, waarin Feyenoord dichtklapte en verloor van Excelsior, het team waar ze natuurlijk nooit van hadden mogen verliezen. Maar uiteindelijk kwam het allemaal goed, gelukkig, zodat Lee kon zingen voor zijn club en de honderdduizenden fans.

Ben jij wel eens zo dichtgeklapt?
‘Nee. Nou ja, in 2013 lag mijn moeder op de intensive care terwijl ik drie concerten moest doen in het Nieuwe Luxor in Rotterdam. Toen dacht ik wel: wat doe ik hier? Ik kreeg niks m’n strot uit, was een soort van verlamd. Ik had het mezelf nooit vergeven als het toen fout zou zijn afgelopen. In de pauze kreeg ik een bericht dat het allemaal onder controle was, en mijn moeder zei ook dat ik al die mensen niet teleur mocht stellen, maar Ik heb me voorgenomen om zoiets echt nooit meer te doen. Dat was gewoon tegen mijn fatsoensnorm in.’

Share with your friends










Submit
Share on Pinterest