Armin van Buuren van de troon stoten, Afrojack ver achter je laten en je rolmodel Tiësto keihard passeren. Dit jaar werd Hardwell uitverkozen tot beste dj van de wereld. En da’s lang niet verkeerd voor een timide 25-jarig ventje uit Breda dat stiekem gewoon Robbert van de Corput heet. JFK mocht langskomen op de plek waar het allemaal gebeurt: zijn studio.

Willen jullie nog wat drinken? Koffie of limonade? En een worstenbroodje misschien?” De vader van Robbert van de Corput – aka Hardwell – steekt zijn hoofd om de hoek van Robbert’s studio. Een studio die zich op de eerste etage van z’n ouderlijk huis in Breda bevindt. “Hier heeft twintig jaar lang mijn bed gestaan,” wijst Robbert naar een hoekje van de relatief kleine ruimte. “En daar stond het bureau waar ik al mijn muziek aan heb gemaakt.”

Een kamer waar geschiedenis is geschreven. “Mensen vragen steeds aan me: hoe vóélt het nou om de beste dj van de wereld te zijn,” zegt Robbert refererend aan zijn nummer 1-positie in de prestigieuze DJ Mag Top 100. Hij stootte Armin van Buuren van de eerste plek en streefde ‘mentor’ Tiësto voorbij. Robbert: “Het is fantastisch dat ik mijn helden heb verslagen, alleen voelt het gek genoeg niet wezenlijk anders dan toen ik vorig jaar op nummer zes stond. Het is natuurlijk supervet om de meest populaire slash best dj ter wereld te zijn, maar ik wil nog steeds gewoon lekker in mijn studio muziek maken en lekker draaien.”

Hij is er naar eigen zeggen ‘allemaal nogal relaxt onder’. “Ik heb vier jaar lang keihard gewerkt om mijn imperium op te bouwen en ben heel blij dat ik dit heb bereikt. Mijn wekelijkse radioshow op veertig stations gaat lekker, mijn platenlabel loopt goed, ik ben bevoorrecht om op feestjes te draaien waar ik vroeger alleen maar van kon dromen. Dat is wat ik altijd heb gewild en dat wil ik vasthouden. Maar ik heb niet het idee dat ik door het succes als persoon ben veranderd.”

Je lijkt heel erg je best te doen om als een normale jongen over te komen. Waarom is dat eigenlijk? “Daar heb ik nooit over nagedacht. Er is nooit een imago rondom Hardwell bedacht. Ik zeg altijd: ‘Cool is zelden hip. Hip is zelden cool.’ Veel dj’s in de deep house doen heel extravagant, terwijl ik denk: doe maar lekker normaal. Ik hoef geen shirts aan met een enorm diepe v-hals of een grote tatoeage op m’n arm. Dat klinkt heel erg saai, maar mensen moeten mijn muziek hip en cool vinden. Dat is goed genoeg.”

Is er een verschil tussen Hardwell en Robbert van de Corput? “Dat is een mooie vraag. Ik denk dat Robbert een doodgewone, rustige jongen uit Breda is met een grote passie voor muziek. Hardwell is een soort van – hoe moet ik dit goed uitleggen – drukker alter ego die de passie van Robbert met de hele wereld wil delen en zo veel mogelijk wil draaien en reizen, terwijl Robbert af en toe denkt: ik wil ook wel eens thuis op de bank chillen.”

Dat klinkt alsof je uit twee persoonlijkheden bestaat. Lachend: “Ik praat er altijd over alsof het twee personen zijn, maar ik ben niet schizofreen of zo. Het is meer dat de mensen in de artiestenwereld me aanspreken met Hardwell en ik hier thuis gewoon Robbert ben. Daaraan merk ik het verschil, maar verder liggen Hardwell en Robbert heel dicht bij elkaar.”

 

Hier thuis is nog steeds bij zijn ouders in Breda, al woont Robbert sinds een jaar op zichzelf in het centrum van diezelfde stad. “Toen ik uit huis ging, overwoog ik in eerste instantie om een studio te huren. Maar daarna dacht ik: wat gebeurt er dan met mijn oude slaapkamer? Negentig procent van mijn muziek is hier gemaakt. En het is een feit dat je enorm moet wennen als je van ruimte verandert. Door mijn vele reizen zou dat een proces van misschien wel een jaar zijn.”

Omdat hij geen zin had om zijn hele sound opnieuw uit te vinden, liet hij de oude jongensslaapkamer ombouwen tot semi-professionele studio. Maar waar het in de woonkamer beneden donker eikenhout is wat de klok slaat, voert in zijn studio een mix van hoogglans en spierwit de boventoon. “De akoestische designpanelen zorgen ervoor dat de muziek hier precies zo klinkt als op een festival of in een club,” legt hij uit terwijl hij trots om zich heen kijkt. “En zo zie ik mijn ouders ook nog eens.”

Je vader is ook je financieel manager. Veel artiesten houden zaken en privé juist liever gescheiden. “Mijn vader heeft meer dan twintig jaar bij ABN AMRO gewerkt en ik vind het ontzettend fijn dat hij nu mijn financiële belangen behartigt. Je kunt niemand beter vertrouwen dan je eigen vader of moeder, helemaal niet als het aankomt op financiën.”

Hoe kijken je ouders aan tegen de torenhoge bedragen die jij binnenharkt? “Dat is met de jaren zo gegroeid. Kijk, ik stond vroeger ook gewoon voor vijftig gulden op kinderfeestjes te draaien en voor dat geld moest ik dan ook nog zelf opbouwen en afbreken. Langzamerhand zijn die bedragen uitgegroeid tot wat het nu is.”

Kun je al met pensioen? “Het hangt er maar net vanaf waar je tevreden mee bent. Maar als ik nu zou willen stoppen, dan zou dat wel kunnen. Mensen doen daar soms kritisch over. Zo van: wat bizar dat dj’s zo veel geld verdienen. Maar ik vind het niet meer dan normaal dat ik zo veel verdien en ik zal ook uitleggen waarom. Kijk, als Rihanna of Coldplay dik worden betaald voor een optreden, dan vindt iedereen dat heel gewoon. Maar ze vergeten dat wij – dj’s zoals Tiësto, Armin en ik – minstens zo veel publiek trekken. Voor een gemiddeld toegangskaartje krijgt de organisatie tachtig dollar, dus dan is het niet meer dan logisch dat aan onze optredens een prijskaartje hangt.”

Wat heb je moeten doen en laten om te komen waar je nu bent? “Er is maar één ding negatief aan mijn vak en dat is dat mijn sociale leven eronder lijdt. Tuurlijk, je kunt via social media en Skype en je mobieltje contact houden met vrienden en familie, maar ik ben zó veel onderweg. Zo’n 200 tot 250 keer per jaar stap ik in het vliegtuig om overal ter wereld op te treden. Als ik zou willen, dan stond ik elke dag ergens anders te draaien. Maar ik heb al een paar keer flink tegen mijn grenzen aangezeten – ergens tussen oververmoeidheid en een burnout in, dat je nergens meer zin in hebt en zelfs je werk niet meer leuk vindt – dus ik plan af en toe bewust een paar dagen in Nederland in. Dan ga ik eerst een paar dagen alleen maar slapen en daarna lekker fit de studio in om muziek te maken. Nieuwe dingen uitproberen, een beetje rommelen.”

Je ziet door al dat reizen wel lekker veel van de wereld. ‘Mensen denken altijd: cool, dat reizen. Maar ik zie een vliegveld, het hotel, de zaal en dan weer het vliegveld. Ik ben ook best wel een cultuurbarbaar, dat geef ik eerlijk toe. In Rio de Janeiro heb je bijvoorbeeld een beeld waar iedereen heel lyrisch over is (het Cristo Redentor, red.), maar dan zie ik dat en denk ik: leuk, en nu weer door. Reizen is voor mij iets wat erbij hoort, gewoon omdat ik voor zoveel mogelijk mensen wil draaien.’

Voel je een zware druk om de nummer 1-status die je nu hebt te behouden? “De enige druk die ik voel, is de wetenschap dat ik alleen maar kan zakken. Hoe stom het ook klinkt, ik kan er eigenlijk alleen maar op achteruitgaan. Als ik blijf staan, dan is dat ook negatief. Voor mij is het een goede graadmeter dat ik nog steeds op de grote festivals op de goeie tijdstippen draai en dat mensen echt voor mij een kaartje kopen en echt losgaan. Daar doe ik het voor.”

 

Meer over Hardwell

Geboren Breda, 7 januari 1988

Burgerlijke staat Samenwonend

Woonplaats Breda

Doorbraak Met Zero 76 in 2011, een samenwerking met Tiësto

Grootste hit Spaceman, een nummer dat hij in een half uur in elkaar zette

DJ Mag Top 100 Stond in 2011 op de 24e plek van de lijst met de 100 populairste internationale dj’s die het Britse Blad DJ Mag elk jaar publiceert. In 2012 werd hij 6e, in 2013 1e

 

Het complete interview met Hardwell is te lezen in JFK Magazine. Koop hem snel, want dit nummer ligt nog maar een paar weken in de winkels!

Share with your friends










Submit
Share on Pinterest