Beste Willem,

Heb jij wel eens geacteerd, en dan bedoel ik niet acteren in de zin van je vrouw wijsmaken dat je geen idee hebt hoe dat bedrag van 1450 euro van Club Anonyme in Cannes op je creditcard terecht is gekomen, maar echt acteren, met andere acteurs en een podium of camera, zeg maar? Ik wel. Of bijna. Of, nou ja, eigenlijk helemaal niet bijna, er kwam iets tussen. Ik bleek geen talent te hebben. Het begon zo, Willem. Een paar maanden geleden kreeg mijn agente Miranda Bruinzeel een verzoek van een productiemaatschappij uit Amsterdam. Of Kluun misschien interesse had in een bijrol voor een nieuwe televisieserie. Nu huldig ik het principe van de grote Zweedse filosofe Pippi Langkous, ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan’, dus ik zei ja.

Het ging om een serie die zich afspeelde in het criminele circuit in West-Brabant en ze wilden graag één BN’er in de serie. Dat schijnt het goed te doen. De BN’er hoefde natuurlijk geen professioneel acteur te zijn. “Als hij maar een beetje geloofwaardig een Brabantse kamper kon spelen die graag aan auto’s sleutelt.” Tja, en dan kom je automatisch bij mij terecht. Mijn kinderen vonden het geweldig. Een vader die schrijver is, daar scoor je niet mee bij je klasgenoten, maar een vader die collega is van Michiel Huisman, Barry Atsma en Waldemar Torenstra, Tygo Gernandt en Gezá Weisz, daar kan je mee aankomen. En Pierre Bokma natuurlijk, vulde ik aan. Dat leek me wel mooi, om zijn naam ooit terloops in een interview te kunnen laten vallen. “Pierre en ik denken gewoon hetzelfde over acteren.”

Voor mijn eerste auditie, ten kantore van de productiemaatschappij, had ik voor de spiegel geoefend (op momenten dat mijn vriendin en mijn kinderen niet thuis waren). Ik had een rood geblokt shirt aangetrokken dat ik nog in de kast had hangen. Ik deed er een strakke spijkerbroek bij aan en mijn oude puntlaarzen. Dat vond ik wel bij een West-Brabantse automonteur van het kamp passen.
Bij de auditie moest ik een scene spelen waarin de automonteur, genaamd Björn, zijn oude liefde tegenkomt in zijn stamkroeg. Die oude liefde is inmiddels officier van justitie in Amsterdam, maar naar West-Brabant uitgezonden om een moord op te lossen. Dat kan in televisieseries. De officier van justitie werd gespeeld door mijn collega Rifka Lodeizen. Rifka was net terug van opnames voor een nieuwe speelfilm in Chili. Zo gaat dat in ons vak.

Maar nu moest ik Rifka (die ik een erg mooie vrouw vind) recht in de ogen kijken en teksten zeggen als: “Wij waren een goed stel samen, hé…” (ja, Willem, hé en niet hè, zo gaat dat in West-Brabant) en “volgens mij moete gij eens een stukske mee men gaon autorije.” Met een regisseur, een assistente en twee productiedames die op een paar meter afstand stonden te beoordelen hoe ik het deed en aanwijzingen gaven als: “Kluun, je moet een beetje minder stoer doen. Wat klungelig. Ja, zo.” Willem, zet me voor een zaal van een paar honderd man en ik geef mijn bek een douw, no sweat. Maar nu had ik na afloop zweetplekken onder mijn rode geblokte overhemd. Rifka vond dat ik het best goed had gedaan. De regisseur zei dat ze snel van zich zouden laten horen.

Voor ik thuis was, hadden alledrie mijn dochters, mijn vriendin en Miranda Bruinzeel al geappt. Of het leuk was geweest. “Ja, net zo leuk als in de Python van de Efteling zitten, alleen mag je met acteren niet gillen.” Een week later kreeg Miranda Bruinzeel bericht. Ik was geen natuurtalent, zoveel hadden ze wel door tijdens de korte auditie. De regisseur had het nog wel met me aangedurfd, maar de mensen van productie hadden hun twijfels geuit. Ze hadden de humor wel ingezien van de manier waarop Kluun de bijrol had ingevuld, maar ze waren bang over budget te gaan door de extra draaidagen die het straks zou gaan kosten.

 

De column van Kluun is te lezen in het nieuwste JFK Magazine. Nu in de winkel en ook online verkrijgbaar. Benieuwd naar de vorige column van Kluun? Die lees je hier.

Share with your friends










Submit
Share on Pinterest