Deze column gaat niet over baby’s. Ik heb niks tegen die mormels, hoor, ik heb er zelf eentje, sinds een krap jaar. Niets menselijks is mij vreemd, dus, en er valt ook gerust veel over zo’n fascinerende luiervreter te vertellen, maar daar is dit tijdschrift wat mij betreft niet het podium voor.

Op deze plek gaat het over mooie kleren, nietwaar. Over handgemaakte schoenen uit Italië, witte sneakers van Yves Saint Laurent, coole petjes, trendy sjaaltjes, kekke horloges. Of over auto’s en minimaal geklede vrouwen van een zekere schoonheid. Met fiere borsten, uit marmer gehouwen billen, benen zonder einde, smaak- en respectvol gefotografeerd door beroemde fotografen – als je een tepel of wolkje schaamhaar ziet is dat fashionable, nooit geil. Ook gaat het in JFK over politici, schrijvers of anderszins beroemde types, maar dan zonder hoogdravend te doen. We hoeven geen u te zeggen, de beroemdheid is niet beter dan de lezer.

Wij, de lezers, de makers en geïnterviewden van JFK zijn namelijk hetzelfde. Mannen onder elkaar. Mannen met smaak en stijl. We hebben gevoel voor humor. Jongens met een kloeke mening, dat zijn we ook, en we hebben een abonnement op de sportschool die we geen geen sportschool maar gym noemen. Kerels zijn we, die zichzelf weten te kleden en te verzorgen. Mannen die begrijpen hoe het moet, hoe het leven in elkaar steekt. Gabbers die weten hoe laat het is, al was het maar omdat we dat zien op onze vintage Omega of Rolex. Of op onze telefoon, omdat horloges heel erg 2016 zijn. Dat soort mannen zijn wij.

En met zulke mannen, vind ik, hoef je het niet over baby’s te hebben. Niet nu en niet hier. Dit blad is onze haven, verdomme. Dit is de kroeg waar je met je vrienden hangt, de lunchtent vol opgezette vogels en jarenzeventigmeubilair waar je je je zuurdesembrood met biologische avocado van tien euro zonder knoeien probeert weg te knagen. Omdat je het waard bent, pik. JFK is die skivakantie met de jongens, dat uurtje mountainbiken in het bos of boksen op de bokszak die dan wel niet terugslaat, maar toch best hard is.

JFK is even geen kinderen, in ieder geval, even geen ruftende luiers en spuugvlekken. Geen door satan zelf bezeten kleuters of dampende stinkpubers. Geen zakgeld, geen huiswerkvragen, geen gedoe met vriendjes of vriendinnetjes. Nee. Ga weg met je kind. Nu. Even. Niet. Dit is onze plek.

Dat gezegd hebbende, moet ik het toch even over mijn baby hebben.
Of eigenlijk meer over de impact daarvan op mijn leven. Nog specifieker: wat er over is van dat leven. Want dat valt vies tegen. Ik maak weinig tot niks meer mee, namelijk.

Nog niet eens zo heel lang geleden, pre-baby zeg maar, zat ik voor mijn werk op steenworp afstand van de Victoriawatervallen in Zambia met een glas dure wijn te kijken naar de ondergaande zon. Om maar iets te noemen. En ik vloog vlak daarna businessclass naar India om een beroemde Nederlandse ontwerper te interviewen. Ik at minimaal twee keer per week in nieuwe restaurants, ging naar de opening van pas geopende clubs, modezaken en cocktailbars. Ik dronk daar champagne, lepelde kaviaar naar binnen, slobberde aan oesters, praatte met leuke, Willem Baars-achtige, creatieve, hippe mensen – ook met een hoop rukkers, maar dat is voor een andere keer. Ik ging naar de kroeg met mijn vrienden, ik liep hard, ik kreeg bezoek, ik las nog wel eens een boek.

Ik had een leven.

Dat is voorbij. Voor een groot deel althans. Ik ben moe, bleek, heb wallen, geen tijd voor een kapper. Mijn geld gaat op aan luiers in plaats van sneakers. Er zit kwijl op mijn mobieltje. En op mijn T-shirt. Ik wil naar de kroeg, ik wil een oester. Ik wil een leven.

Godzijdank mag ik vanaf vandaag in elke JFK – mijn haven! mijn café! – een column schrijven. En die gaat niet over baby’s.

Marcel Langedijk is journalist, getrouwd met Carlijn en vader van Sammie. En een man met smaak en stijl.

Share with your friends










Submit
Share on Pinterest