-
Reageer
Ibiza dus. Ook ik was er afgelopen zomer drie weken. Net als 2 miljoen andere toeristen die het kleine eiland elke zomer komen lastig vallen. Ik heb een haat-liefde-verhouding met het eiland, eigenlijk al zo lang als ik er kom. De sfeer is er fantastisch, de natuur is er te gek, de uitgaansmogelijkheden zijn er top. Maar ik vind het ook heel veel aanstellerij daar.
Ik heb soms het gevoel dat het eiland zijn huidige populariteit enigszins te danken heeft aan een soort van self-fullfilling propephcy. Uiteraard is het eiland van oudsher bekend vanwege zijn liberale opvattingen en het feit dat de oorsprong van de dance daar ligt. Maar het is op de een of andere manier wat uit zijn krachten gegroeid momenteel. En omdat iedereen zegt dat het op Ibiza gebeurt, denkt ook iedereen dat het daar gebeurt en trekt het eiland steeds meer publiek dat denkt dat het daar gebeurt en zegt dat het daar allemaal gebeurt. Het is er te commercieel geworden, te groot. En dat geforceerde sexueel expliciete, daar ben ik nu ook wel een beetje klaar mee. Dat was spannend toen de Roxy zijn deuren opende. Neem het populairste strand op Ibiza, Platje d’en Bossa. Prachtig langgerekt strand, maar achter de boulevard waan je je in Torremolinos.
Wat een lelijkheid en wat een toeristische armoe. Ook alle te grote billboards van allerlei pannenkoeken-DJ’s maken duidelijk dat het op Ibiza in de grote clubs inmiddels echt alleen maar om geld draait. Toevallig sprak ik op Ibiza met Sasha, een van de grote jongens op dance-gebied, die me meldde dat het in de Pacha, Space, Privilige inmiddels zo commercieel is geworden dat op een avond maar liefst vier of vijf DJ’s worden ingezet om maar zoveel mogelijk publiek te trekken. “ Tien jaar geleden draaide ik in m’n eentje vier of vijf uur en kon je nog echt een hele set opbouwen, maar nu moet je na een uur of twee uur je plaats afstaan aan een andere DJ, heel jammer.”
Toch vind ik het er ook altijd erg fijn om er te zijn. Prachtige stranden en ook te gekke kleinere clubs waar het er qua muziek en sfeer iets spannender toegaat dan tijdens een avond van een David Guetta in de Pacha. Zo is Ibiza Underground momenteel – volgens de mannen die het er kunnen weten – een van de leukere clubs, want niet in Spaanse maffia-handen maar in Engelse handen. En de Ushuiaia is nu ook helemaal the place to be omdat er wat progressievere muziek wordt gedraaid en er niet meer dan 200 mensen binnen kunnen. Ik begreep dat de clubs op Ibiza vorig jaar een slecht seizoen hadden: een terugval in onkomsten en bezoekers van maar liefst 30%. Ik snap dus wel dat men er nu alles aan doet om dat verloren terrein weer terug te winnen. En als ik van Sasha hoor dat dit jaar in Space, ook zo’n grote club, voor het eerst gebruik wordt gemaakt wordt van het allerbeste en allerduurste soundsystem ter wereld, dan heb ik ook meteen weer zin om er heen te gaan. Heel dubbel dus. Maar wel een supervakantie gehad inderdaad, dank je.
Geplaatst door Willem op Tuesday, September 7th, 2010 in de categorie Baars Blog, JFK Highlights.
-
Reageer
Ik heb op dit moment nog niet alle landen gezien die meedoen aan het WK, maar wat ik wel weet is dat Italië er weer helemaal top uitziet qua outfit. En ook dat Nederlandse shirtjes er nogal oubollig, voorspelbaar en saai uitzien. Gek toch dat alle spelers, die over het algemeen tamelijk modeminded zijn, geen enkele inspraak hebben in de outfits waarin ze drie tot vier weken moeten spelen.Nu gaat het vandaag de dag bij voetbaltenues natuurlijk vooral om functionaliteit, dat snap ik. De shirtjes en broekjes moeten vooral vederlicht zijn en transpiratie goed kunnen opnemen. Maar het oog wil ook wat. Gisteren viel het me op toen Mark van Bommel even close in beeld was. Lulligheid ten top met zo’n te hoge broek en een hooggesloten ronde kraag. Gelukkig wel een hele verbetering ten opzichte van de outfits van twee jaar geleden toen een commissie van wijze mannen (waaronder Hugo Borst) op het onzalige idee kwam om Oranje in outfits te laten spelen die een link hadden met de tijden dat Abe Lenstra en Faas Wilkes nog speelden, lichtjaren geleden dus. Broeken die tot op de knieën hingen en shirtjes met een dessin dat te oubollig voor woorden was.
Tja, jammer dat Oranje er niet wat hipper uitziet en dat daar niet wat meer aandacht aan wordt besteed, zoals bijvoorbeeld in 1974 en 1978 toen ‘onze’ jongens er echt heel cool en dandy-achtig uitzagen. Italië wint vooralsnog dus op het gebied van de outfits. Nu is dat azuur-blauwe met wit ook een mooiere kleurcombi dan oranje met zwart, maar over de pasvorm is bij Italië sowieso een stuk beter nagedacht. Strakke shirts met een nieuw soort v-hals en daaronder een wijde witte broek. Cool! En die kousen dan! In plaats van een saaie effen kleur of een simpele horizontale streep aan de bovenkant zijn op de kousen van de Azurri bizarre verticale dessins aangebracht. Heel strak allemaal en heel modern.
Wat ik nooit begrepen heb is waarom er nog steeds nooit een samenwerking is aangegaan tussen bijvoorbeeld adidas, Nike of Puma met grote mode-ontwerpers om nu eens echt andere voetbaltenues te bedenken (adidas doet dat overigens wel met andere collecties met Stella McCartney en Yohji Yamamoto). Het legendarische Britse blad The Face (helaas bestaat het niet meer) vroeg een aantal Britse ontwerpers ooit om dat te doen. Ik herinner me het ontwerp van Paul Smith nog dat in één klap het mooiste voetbaltenue aller tijden opleverde. Heel tof, alleen die stropdas erbij leek me niet zo heel lekker zitten…
Geplaatst door Willem op Tuesday, June 15th, 2010 in de categorie Baars Blog, JFK Highlights.
-
1 Reactie
Zojuist las ik het verhaal dat journalist Guido den Aantrekker voor de komende JFK (een dezer dagen in de winkels) maakte. En plotseling moest ik aan Daphne Deckers denken en aan het feit dat ik deze blog al jaren van plan was te schrijven. Maar nu eindelijk had ik een aanleiding.
Het zit zo. Een paar jaar geleden beleefden we de return van Daphne Deckers op TV. Nadat ze jarenlang een bijrol vervulde als steun en toeverlaat van haar man Richard Krajicek dook ze plotseling op als presentatrice van Hollands Next Topmodel. Ikzelf had daar mixed feelings bij. Vooral toen ik haar in het programma hoorde vertellen hoe zij zich van model tot topmodel omhoog had weten te werken. Had ik dat goed gehoord? Topmodel, zij? Maar inderdaad: het feit dat ze ooit topmodel zou zijn geweest werd visueel gelardeerd met het beste uit haar portfolio. We kregen een nogal schamele hoeveelheid middelmatige foto’s te zien. En wat deden die Playboy-foto’s daar in godsnaam tussen? Vreemd, want had Deckers niet altijd tamelijk neerbuigend gedaan over diezelfde Playboy-foto’s als ze erover werd aangesproken door andere tijdschriften?
Alle jaren na haar verschijnen in Playboy haalde ze in interviews haar neus op over de serie en later suggereerde ze regelmatig dat ze gevraagd was door de Amerikaanse editie van het blootblad in het algemeen en Hugh Hefner in het bijzonder. Niets van waar want het was ondergetekende die haar destijds (toen ik nog redacteur bij het blad was) had benaderd en overgehaald. Maar goed, uiteraard klinkt het interessanter als je doet alsof je door de Amerikaanse editie dan de Nederlandse wordt gevraagd.
Wat dat alles met het begin van deze blog te maken heeft? Guido den Aantrekker is de journalist die vorig jaar een kapot bierglas door het ex-‘topmodel’ in zijn gezicht kreeg gedrukt nadat hij iets minder leuks over haar en haar man had geschreven. Met deze blog begeef ik me dus op glad ijs. Hoewel misschien ook niet. Want ik zie Daphne nog regelmatig bij modeshows maar ze doet altijd erg haar best om net te doen alsof ze niet meer weet wie ik ben.
Geplaatst door Willem op Monday, June 14th, 2010 in de categorie Baars Blog, JFK Highlights.
-
1 Reactie
Vorig jaar op de Fashionweek viel het me plotseling op toen ik even zat te wachten op het moment dat ik bij een show naar binnen kon. Ik keek om me heen en zag allemaal mannen en jongens die die avond - je zag het aan hoe ze erbij stonden – erg hun best hadden gedaan om er zo modisch en hip mogelijk uit te zien. De grap was dat ze waarschijnlijk allemaal dachten helemaal het mannetje te zijn, maar dat ze er uiteindelijk allemaal hetzelfde uitzagen: gympen, jeans, jasje, T-shirt, shawl. En natuurlijk een zonnebril op het hoofd. Iedereen was inwisselbaar. Bizar. Mode is juist zo leuk omdat het je de mogelijkheid biedt om je onderscheiden van anderen. Maar tijdens de Fashionweek van een half jaar geleden viel het me plotseling op dat mensen in de modewereld (uitzonderingen daargelaten) ook gewoon kuddedieren zijn en meelopen met wat de trends op dat moment voorschrijven. Vorige week – op de dagen waarop het zulk mooi weer was, viel het me ook weer op toen ik door het Vondelpark fietste en vanaf de ene ingang naar de andere – over een stukje van nog geen twee kilometer – wel 20 mannen en vrouwen met exact dezelfde zonnebril tegenkwam: allemaal droegen ze een aviator of een Wayfarer van Ray Ban. Prachtige brillen natuurlijk, maar hoe weinig origineel! Je zou juist zeggen dat als de grote massa een object of kledingstuk of artiest in groten getale heeft omhelst de lol er enigszins af is. Maar niets is minder waar. Zelfs degenen die de trends zouden moeten dicteren – de modemensen – hobbelen blijkbaar vaak gewoon achter alles aan, ondanks het feit dat ze zich juist proberen af te zetten tegen de heersende trends. Tja. Ikzelf heb trouwens ook een aviator van Ray Ban, maar gelukkig ook nog vier andere zonnebrillen.Geplaatst door Willem op Tuesday, June 8th, 2010 in de categorie Baars Blog, JFK Highlights.
-
Reageer
Soms verbaas ik me weleens over de overdaad aan mode en kledingwinkels. Vooral in New York weet je soms niet wat je ziet. Zoveel winkels, zoveel merken, zoveel kleding. Je vraagt je weleens af hoe al die kledingmerken überhaupt kunnen blijven bestaan en zichzelf kunnen blijven onderscheiden. De grap is dat dat vaak prima lukt. Diesel, G-Star, Replay, maar ook de designersmerken hebben allemaal hun eigen stijl en imago en zijn vaak moeiteloos te herkennen. Je zou zeggen dat zo ongeveer alles in de mode en kleding inmiddels weleens is bedacht en gemaakt, maar nee. Soms word je toch weer verrast door een bijzonder merk of concept. Twee dagen geleden maakte ik bijvoorbeeld kennis met een jonge jongen die zelf overhemden in Italië – notabene bij de producent van Ermenegildo Zegna, echt een grote jongen dus – maakt. Geboren vanuit het idee dat hij zelf nooit 100% tevreden was over de shirts die hij van andere merken kocht. Dat leidde tot een geweldig concept en prachtige – superstrakke overhemden – die behalve erg origineel (slappe boordjes waar je harde verwacht, rare kraagjes, rare dessins) ook nog eens van de allerbeste Italiaanse stoffen zijn gemaakt. Zijn enthousiasme en de kwaliteit en het uiterlijk van de shirts sloegen duidelijk over op mij. Daarom – en verder heeft het geen enkele andere reden – wil ik je deelgenoot maken van dit piepkleine pareltje: www.ilrosso.com.Geplaatst door Willem op Friday, June 4th, 2010 in de categorie Baars Blog.





